wo 11 aug 2010 23:58

In Noorwegen

Vandaag begint het echte werk. De wind draaide naar Oost en daarna Noordoost. Het aantal knopen neemt wat toe. Fijn dan kunnen we zeilen. En met deze wind kan de Cruising Chute erop. Het is even wat werk, maar als het zeil goed staat, dan gaan we op volle kracht vooruit. Ruim boven de zes knopen. Maar de wind neemt toe. Was het eerst nog 14 a 15 knopen, al snel wordt het 16.

Wanneer halen we de Cruising Chute eraf? Het is een licht zeil, voor weinig wind. Maar wat is weinig? Het schip houdt zich goed en het zeil staat mooi. Bij zeventien knopen eraf halen? Al snel geeft de windmeter dat ook aan. Gaat nog prima. Een uur later wordt het achttien knopen en even later komt twintig af en toe al in beeld. Dit gaat niet, de Cruising Chute moet eraf. Of toch nog even laten staan? Bovenin de punt zien we dat er al een klein scheurtje in het doek zit. Te laat dus!

Het zeil gaat eraf, en we minderen iets snelheid, maar de wind blijft toenemen en Karma schiet door het water. Om middernacht is het vrijwel continu windkracht 6 precies zoals de voorspellingen en uit de goede richting: Noord-Noordoost. Dat gaat goed. We gaan heel hard richting IJmuiden. Als we zo door kunnen varen, dan zijn we er morgen. Om middernacht nog 99 mijl te gaan. 115 mijl gevaren afgelopen dag. De voorspellingen geven aan dat het morgen windkracht 7 wordt. Heftig, maar dat zien we dan wel weer. We moeten door, linksom of rechtsom.Dinsdag
We hopen vandaag in Egersund aan te komen, maar de wind werkt weer
eens tegen en waait nu vanuit het zuidoosten. Vervelend om te zeggen,
maar weer precies zoals drie dagen geleden op windfinder.com stond. Na
anderhalf uur slaap word ik aan dek geroepen. De wind is flink
aangewakkerd en we moeten zeil minderen. Ik kruip door het donker naar
het voordek om daar een van de voorzeilen weg te halen. Alles wat ik
doe moet nog een keer omdat er bij ieder klein dingetje wat mis gaat.
De golven stromen ondertussen over het dek. Als ik uiteindelijk met
het laatste touwtje het zeil aan de zeereling vast bind, vergeet ik
even hoe ik zit en stroomt het water alsnog onderaan mijn broekspijp
omhoog. :-(

We verkleinen vervolgens ook het groot zeil. Ondanks de golven en de
wind lukt het om koffie te maken. Ik blijf aan dek en Koen kan gaan
slapen. Overdag maar bijslapen. Om vijf uur zet ik zeil bij en verleg
de koers. De afgelopen uren zijn we een mijl verder van Egersund
afgekomen. Dat was niet de bedoeling! Het is weer net als toen we
vanuit IJmuiden vetrokken: kruisen tegen stroom en wind in en maar
langzaam dichterbij ons doel komen.
In de loop van de ochtend vangen we tussen de bewolking door een glimp
om van de Noorse kust. We zijn er bijna. Voor Egersund moeten we nog
maar zo'n dertig mijl naar het Zuidwesten. Dat moet te doen zijn.
Omdat we dichterbij de kust varen hebben we weer meer vrachtschepen om
ons heen. Een enkeling passeert ons op nog geen vijfhonderd meter. Dat
is waar even wennen. De bewolking maakt bovendien dat we de schepen
vaak pas zien als ze al minder dan vijl mijl verwijderd zijn.

Urenlang kruisen we tegen de wind in en ook de stroomt blijft tegen
zitten. De afstand naar Egersund neemt af, maar op het laatst slechts
met 1,5 mijl per uur terwijl we alles uit de wind en de zeilen halen
wat erin zit. Nog 20 mijl te gaan.

De wind neemt toe tot boven de dertig knopen. Een stevige zeven. En
dat is terug te zien in de golven die steeds hoger en ruiger worden.
Het schip komt omhoog en valt vervolgens naar beneden waarbij het
water alle kanten op spuit. Ook in de kuip is het niet meer droog te
houden. Het zeil moet nog kleiner en we wisselen het voorzeil weer
voor de oranje stormfok. Veiligheid gaat voor. Maar terwijl ik bij de
mast aan het werk ben om het derde rif in het grootzeil te leggen …
scheurt het zeil bij de zeillat. Die moet dus helemaal naar beneden.
Na de genua nu ook het grootzeil aan flarden...

We overleggen wat we gaan doen. Doorkruisen naar Egersund, dat
betekent dat we nog een uur of twaalf bezig zijn. Maar is er een
alternatief? We hebben weliswaar een globale kaart van de kust, maar
geen detailkaarten. Zijn er wel plekken om aan te meren, of moeten we
ergens een ankerplaats vinden. En is dat wel vertrouwd, ankeren op een
onbekende plek met windkracht 7? Toen we het anker probeerden op Fair
Isle kostte het flink wat moeite om het te laten houden en daar was
het vrijwel windstil in een beschutte baai. Doorgaan is misschien wel
het verstandigst, want van Egersund hebben we wel detailkaarten en
daar kunnen we vast ergens aanmeren.

Maar na een half uur met een klein zeiltje op de bezaanmast en de
stormfok voorop zien we dat het geen zin meer heeft. De golven maken
het onmogelijk om nog een beetje voortgang te boeken en de bemanning
wordt gesloopt. Via de marifoon krijgen we een weer update voor de
komende nacht. Het blijft windkracht zeven uit het zuidoosten met een
flinke kans op onweer. In de verte horen we het af en toe als
rommelen. We besluiten het roer rigoureus om te gooien en we laten de
wind ons naar het noorden blazen, terug naar waar we vandaan komen. De
nieuwe koers is een verademing. Het blijft tegen de dertig knopen aan
waaien, maar nu de wind van achteren komt lijkt 'ie een stuk minder.
De snelheid loopt op tot ruim zeven knopen, waardoor de wind nog maar
aanvoelt als een bescheiden kracht vijf. Als we zo door varen, dan
zijn we over een uur of drie bij Stavanger. Nog net voor het donker
wordt, en dat is wel prettig omdat we geen kaart hebben.

Op een mijl voor ons zien we een zeilboot. Die kent vast de weg tussen
de eilanden door die hier overal liggen. Via de GSM kunnen we
ondertussen contact leggen met het thuisfront om gegevens te krijgen
van een marina in de buurt. En op de sattelietfoto van googlemaps zien
we precies waar we zijn en waar we heen willen: Tananger, daar kunnen
we de boot ergens aanmeren en ons opmaken voor de laatste tocht naar
huis.

Dat lukt. Net na achten leggen we aan in een prachtig beschutte baai,
omgeven door houten huizen. Een toevallig aanwezige taxi brengt ons
naar het centrum, maar 'it's not a real city' zegt de chauffeur tegen
ons. Bij een tankstation halen we een broodje, en om de hoek blijkt
een grote supermarkt te zitten die tot tien uur open is. Na vier dagen
willen we graag een koud biertje, maar dat gaat niet. In Noorwegen mag
er na acht uur 's avonds kennelijk geen alcohol meer verkocht werden.
Morgenochtend om acht uur kunnen we wel terecht. Ik begrijp er niets
van en zou het logischer vinden als er om acht uur 's ochtends geen
alcohol verkocht zou worden.

Terug naar de boot komen we langs een hotel waar we wel een biertje kunnen drinken, voor zo'n zeven euro per flesje. Op de laptop kijken we nog eens goed naar de windvoorspellingen die Windfinder gaf voor de afgelopen dagen. Het klopt allemaal … tot vandaag, want het had Zuidwest 6 zullen zijn en geen Zuidoost 7. Wind voorspellen blijft een lastig ding.

De voorspellingen voor de komende dagen zien er goed uit. Het wordt voornamelijk Noordwest en gaat vlak voor het weekend stevig waaien op de Noordzee. Het lijkt te doen om zondag in Nederland terug te komen, maar dan moeten we wel de zeilen in orde hebben. Dat staat op het lijstje voor morgenmiddag. Moe maar voldaan kruipen we rond middernacht in onze slaapzak en zetten de wekker op twaalf uur. Eerst bijslapen.

Terug naar complete blog.