ma 16 aug 2010 23:58

Laatste dag

's Nachts zien we vanaf een afstand van zo'n dertig mijl langs de horizon al het zwakke schijnsel van de vuurtorens van de eilanden. We kunnen niet met zekerheid zeggen of het Vlieland, Texel of Terschelling is, maar dat we in de buurt van Nederland komen dat is over duidelijk.

Als het allemaal goed goed, dan is vandaag de laatste dag van onze tocht en liggen we vlak voor middernacht in de box van de haven. We gaan namelijk heel hard op ons doel af. De noorden wind met kracht 7 houd aan en is behoorlijk heftig. Maar omdat de richting goed is, kunnen we goed doorvaren en rollen er grote golven van achteren onder onze boot door.

In de loop van de ochtend, net als ik even probeer te slapen, komen we bij de shippinglanes die ten noorden van de eilanden naar Duitsland lopen. Op de een of andere manier hebben we het zo uitgekiend, of gewoon niet goed genoeg opgelet, dat we precies bij een kruising vande lanes uitkomen, zodat de grote zeeschepen van meerdere kanten komen en het haast niet te voorspellen is welke kant ze op gaan.

Al snel roept Koen me weer aan dek, want op minder dan drie mijl afstand zien we een heel groot containerschip en Koen kan niet inschatten of de koers van het schip voor ons veilig is. Als we een aanvaring met zo'n jongen krijgen, dan staat van te voren wel vast wie daar het meeste last van heeft. Maar even niet aan denken. We verleggen koers en wijken uit voor het schip. Op de radar proberen we de andere schepen in onze buurt en hun koers zo goed mogelijk te peilen. Er komen nog een flink aantal van die grote schepen aan, maar we komen de shippinglane over. Het vervelende bij de drukke zeestraten is dat het met onze snelheid, ondanks de heftige wind, toch altijd weer een uur duurt voordat we er doorheen zijn. Stel je eens voor dat je voetje voor voetje een snelweg oversteekt en er vrachtwagens voorbijrijden met een snelheid van 20 km per uur, die vrijwel niet kunnen uitwijken. Daar heeft het wat van weg. Met als nadeel dan dat er op het water geen echte rijstroken zijn, en dat schepen van alle kanten kunnen komen.

Na de shippinglane moeten de zeilen kleiner. De wind zit voortdurend boven de 33 knopen. Welke windkracht dat is, dat maakt even niet meer uit. Feit is dat het te veel is voor de zeilen die we hebben staan. Met alleen het zeil op de kleine mast, en een klein voorzeil, komen we er ook wil. Om het grootzeil te kunnen strijken, moeten we echter met de kop in de wind, en tegen de wind in blijven liggen. Dat is niet makkelijk, want de golven zijn groot. Heel groot.

We starten de motor, ik kruip achter het stuur en Koen gaan naar het voordek. Als we eenmaal tegen de wind in varen gaat het alle kanten op. Het kost veel moeite om het schip enigszins in de wind te houden. Vergeleken met dit is varen op een meertje met windkracht 5 compleet andere koek. Als ik naar links kijk, zie ik een golf meer dan twee meter boven de boot uitkomen. Oh jee, als die breekt boven ons schip dan kan er van alles gebeuren. Ik zie de beelden weer voor me van Perfect Storm. Ach, laatste hadden we 43 knopen wind op het wad, dus dit moet ook wel goed komen. De golf spoelt onder de boot door, waarbij het kopje net tegen de romp aantikt. Daarna stort Karma in het immense golfdek. Terwijl ik op de meters blijf kijken of we in de wind blijven varen, werkt Koen stug en snel door. Binnen een paar minuten is het zeil naar beneden, kan ik het schip weer de andere kant op sturen. Gelukkig.

De motor gaat uit en we zeilen dicht langs de Nederlandse kust naar IJmuiden. Op het moment dat we Den Helder voorbij zien, merken we het meteen aan de golven, die zijn hier een stuk minder dan boven de eilanden. Voor IJmuiden wordt het wel weer heftiger. Voor de zekerheid kijken we toch even in de Almanak, hoewel we hier natuurlijk veel vaker in en uitgevaren zijn. Met vloed en met storm kunnen er gevaarlijke brekers zijn. Mmm, het is zowel vloed als storm. Dubbel pech dus. Via de marifoon leggen we contact met de haven, want we willen op de zeilen naar binnen. Met deze golven en wind beginnen met de motor alleen helemaal niets. Gelukkig is er geen uitgaande scheepvaart als we aankomen, anders hadden we een rondje moeten varen. Nu kunnen we meteen door naar binnen. Vlak voor de sluizen laten we de kleine zeilen zakken en maken ons op voor de tocht door het Noordzee kanaal. Half acht, dat hebben we netjes gedaan. 390 mijl. In drie volle dagen en 8 uur. Dat is bijna 120 mijl per dag. Ook aan de andere kant van de sluizen waait het hard, maar voor ons zit het erop. We zetten de zeilen niet meer bij, maar ruimen de boot van binnen op. Vlak voor middernacht ligt de boot aangemeerd in een box in de jachthaven, en zijn we weer thuis in Amsterdam. Eerst bijslapen.

Het was geen rondje Engeland, maar wel een mooie tocht!

Terug naar complete blog.