vr 28 feb 2020 11:45

Lezing Hellevoetsluis

De indrukwekkende sluisdeuren in de Haringvlietdam sluiten zich langzaam. Als we er nu tussen zouden varen, dan werd onze kleine 22 voeter moeiteloos fijngeknepen. We hebben de hele sluis voor onszelf. Zou het dan toch niet het goede moment zijn? Er is nu geen weg terug meer. Vanmorgen in Hellevoetsluis hebben we alle informatie verzameld die we konden vinden om het ideale vertrekmoment te bepalen, en dat zou nu zijn. Maar waar zijn de andere boten dan? Ik ga voor het eerst als schipper de zee op en ik ben gespannen. Windkracht zes. Is dat niet te veel wind? Was als het niet afneemt, maar er nog wat bij komt? Niet gek laten maken. ‘Hé jongens,’ roept er iemand over de gierende wind vanaf de kademuur naar beneden. ‘Hebben jullie je duikbril bij je?’ De grapjas geniet van z’n bijdehante opmerking. Focus houden. Het water stijgt vanzelf en dan tuffen met 6 paardenkrachten naar buiten, als de inboard diesel tenminste wil starten. Op naar het open water. Buiten hijsen we de zeilen. Het dubbele rif ligt er al in. Mooie dingen hoeven niet makkelijk te zijn. ..
Twintigers waren we en enorm zenuwachtig. In het Slijkgat raakten we één keer zachtjes de grond, maar verder ging het goed en vlak voor middernacht kwamen we aan op onze bestemming.
Zondag 1 maart ben ik weer in Hellevoetsluis, bij Wsv Helius. Nu voor een lezing over m’n enkele reis naar het eind van de wereld. Over de meest afgelegen eilanden van deze wereld, de kou en de enorme rollers in de Zuidelijke Oceaan, schuilen op de Kerguelen en over het leven van een jongensdroom.

Terug naar complete blog.