Laatste dag ma 16 aug 2010
's Nachts zien we vanaf een afstand van zo'n dertig mijl langs de horizon al het zwakke schijnsel van de vuurtorens van de eilanden. We kunnen niet met zekerheid zeggen of het Vlieland, Texel of Terschelling is, maar dat we in de buurt van Nederland komen dat is over duidelijk.

Als het allemaal goed goed, dan is vandaag de laatste dag van onze tocht en liggen we vlak voor middernacht in de box van de haven. We gaan namelijk heel hard op ons doel af. De noorden wind met kracht 7 houd aan en is behoorlijk heftig. Maar omdat de richting goed is, kunnen we goed doorvaren en rollen er grote golven van achteren onder onze boot door.

In de loop van de ochtend, net als ik even probeer te slapen, komen we bij de shippinglanes die ten noorden van de eilanden naar Duitsland lopen. Op de een of andere manier hebben we het zo uitgekiend, of gewoon niet goed genoeg opgelet, dat we precies bij een kruising vande lanes uitkomen, zodat de grote zeeschepen van meerdere kanten komen en het haast niet te voorspellen is welke kant ze op gaan.

Al snel roept Koen me weer aan dek, want op minder dan drie mijl afstand zien we een heel groot containerschip en Koen kan niet inschatten of de koers van het schip voor ons veilig is. Als we een aanvaring met zo'n jongen krijgen, dan staat van te voren wel vast wie daar het meeste last van heeft. Maar even niet aan denken. We verleggen koers en wijken uit voor het schip. Op de radar proberen we de andere schepen in onze buurt en hun koers zo goed mogelijk te peilen. Er komen nog een flink aantal van die grote schepen aan, maar we komen de shippinglane over. Het vervelende bij de drukke zeestraten is dat het met onze snelheid, ondanks de heftige wind, toch altijd weer een uur duurt voordat we er doorheen zijn. Stel je eens voor dat je voetje voor voetje een snelweg oversteekt en er vrachtwagens voorbijrijden met een snelheid van 20 km per uur, die vrijwel niet kunnen uitwijken. Daar heeft het wat van weg. Met als nadeel dan dat er op het water geen echte rijstroken zijn, en dat schepen van alle kanten kunnen komen.

Na de shippinglane moeten de zeilen kleiner. De wind zit voortdurend boven de 33 knopen. Welke windkracht dat is, dat maakt even niet meer uit. Feit is dat het te veel is voor de zeilen die we hebben staan. Met alleen het zeil op de kleine mast, en een klein voorzeil, komen we er ook wil. Om het grootzeil te kunnen strijken, moeten we echter met de kop in de wind, en tegen de wind in blijven liggen. Dat is niet makkelijk, want de golven zijn groot. Heel groot.

We starten de motor, ik kruip achter het stuur en Koen gaan naar het voordek. Als we eenmaal tegen de wind in varen gaat het alle kanten op. Het kost veel moeite om het schip enigszins in de wind te houden. Vergeleken met dit is varen op een meertje met windkracht 5 compleet andere koek. Als ik naar links kijk, zie ik een golf meer dan twee meter boven de boot uitkomen. Oh jee, als die breekt boven ons schip dan kan er van alles gebeuren. Ik zie de beelden weer voor me van Perfect Storm. Ach, laatste hadden we 43 knopen wind op het wad, dus dit moet ook wel goed komen. De golf spoelt onder de boot door, waarbij het kopje net tegen de romp aantikt. Daarna stort Karma in het immense golfdek. Terwijl ik op de meters blijf kijken of we in de wind blijven varen, werkt Koen stug en snel door. Binnen een paar minuten is het zeil naar beneden, kan ik het schip weer de andere kant op sturen. Gelukkig.

De motor gaat uit en we zeilen dicht langs de Nederlandse kust naar IJmuiden. Op het moment dat we Den Helder voorbij zien, merken we het meteen aan de golven, die zijn hier een stuk minder dan boven de eilanden. Voor IJmuiden wordt het wel weer heftiger. Voor de zekerheid kijken we toch even in de Almanak, hoewel we hier natuurlijk veel vaker in en uitgevaren zijn. Met vloed en met storm kunnen er gevaarlijke brekers zijn. Mmm, het is zowel vloed als storm. Dubbel pech dus. Via de marifoon leggen we contact met de haven, want we willen op de zeilen naar binnen. Met deze golven en wind beginnen met de motor alleen helemaal niets. Gelukkig is er geen uitgaande scheepvaart als we aankomen, anders hadden we een rondje moeten varen. Nu kunnen we meteen door naar binnen. Vlak voor de sluizen laten we de kleine zeilen zakken en maken ons op voor de tocht door het Noordzee kanaal. Half acht, dat hebben we netjes gedaan. 390 mijl. In drie volle dagen en 8 uur. Dat is bijna 120 mijl per dag. Ook aan de andere kant van de sluizen waait het hard, maar voor ons zit het erop. We zetten de zeilen niet meer bij, maar ruimen de boot van binnen op. Vlak voor middernacht ligt de boot aangemeerd in een box in de jachthaven, en zijn we weer thuis in Amsterdam. Eerst bijslapen.

Het was geen rondje Engeland, maar wel een mooie tocht!
Bijna in Amsterdam zo 15 aug 2010
Vandaag begint het echte werk. De wind draaide naar Oost en daarna Noordoost. Het aantal knopen neemt wat toe. Fijn dan kunnen we zeilen. En met deze wind kan de Cruising Chute erop. Het is even wat werk, maar als het zeil goed staat, dan gaan we op volle kracht vooruit. Ruim boven de zes knopen. Maar de wind neemt toe. Was het eerst nog 14 a 15 knopen, al snel wordt het 16.

Wanneer halen we de Cruising Chute eraf? Het is een licht zeil, voor weinig wind. Maar wat is weinig? Het schip houdt zich goed en het zeil staat mooi. Bij zeventien knopen eraf halen? Al snel geeft de windmeter dat ook aan. Gaat nog prima. Een uur later wordt het achttien knopen en even later komt twintig af en toe al in beeld. Dit gaat niet, de Cruising Chute moet eraf. Of toch nog even laten staan? Bovenin de punt zien we dat er al een klein scheurtje in het doek zit. Te laat dus!

Het zeil gaat eraf, en we minderen iets snelheid, maar de wind blijft toenemen en Karma schiet door het water. Om middernacht is het vrijwel continu windkracht 6 precies zoals de voorspellingen en uit de goede richting: Noord-Noordoost. Dat gaat goed. We gaan heel hard richting IJmuiden. Als we zo door kunnen varen, dan zijn we er morgen. Om middernacht nog 99 mijl te gaan. 115 mijl gevaren afgelopen dag. De voorspellingen geven aan dat het morgen windkracht 7 wordt. Heftig, maar dat zien we dan wel weer. We moeten door, linksom of rechtsom.
Naar Amsterdam (2) za 14 aug 2010
De nacht verliep rustig. De motor ronkte door en de wind bleef rustig. Pas na de middag is de wind voldoende om echt te kunnen zeilen en gaat de motor uit. Heerlijk die rust. Qua snelheid doen we het goed. We varen ruim boven de honderd mijl per dag. Via de korte golf zender krijgen we de nieuwe weerberichten binnen. Het wordt Noord 5-6 waar wij varen. Dat is vrij veel wind, maar dat kunnen we wel gebruiken nu we geen genua hebben. Vooralsnog komt het niet boven de vier, 14 knopen geeft de windmeter aan. De richting is nog steeds Zuidoost, onhandig. Noord zou goed zijn, want we varen recht naar het Zuiden. Om middernacht moeten we nog 214 mijl naar IJmuiden. 176 gedaan in 36 uur, dat is netjes. Het is hier wel heel rustig in de Noordelijke Noordzee. Af en toe zien we een boorplatform of een schip in de verte, maar veel hoeven we niet te doen.
Naar Amsterdam vr 13 aug 2010
's Ochtends doen we nog snel even wat boodschappen, waaronder wat lampeolie. In de winkel waar we de naalden hebben gekocht halen we het logboek op dat we daar hadden laten liggen en rond het middaguur tuffen we de haven uit van Tananger. De windvoorspellingen zijn weer goed, maar vooralsnog is het zwak tot matig en vooral uit de verkeerde richting. Op zee vul ik de olie bij in de lampen, maar schiet het dopje eraf … De hele vloer zit eronder, net als m'n zeilpak de tafels en de kussens. Op de knietjes en schrobben maar, want olie op de vloer dat gaat niet als het ruig wordt. Gelukkig is de zee vrij rustig, maar het voorgebogen op de knieen zitten is wel de grens wat betreft zeeziek worden. Gelukkig is het binnen een half uur vrijwel allemaal opgeruimd en de vloer weer beloopbaar. Verse groenten hebben we niet meer gekocht in de supermarkt. We doen het de rest van de tocht met de kant en klaar maaltijden van Struik. En natuurlijk nog wat blikken soep die we hebben staan. Om middernacht hebben we de eerste 60 mijl van de tocht naar Amsterdam afgelegd. Helemaal eerlijk is dat niet, want vanwege de matige wind en de verkeerde hoek hebben we de motor continu bij laten staan op 2000 toeren, zodat we wel snelheid houden de goede kant op. Nog 330 mijl te gaan. Wanneer we aankomen, dat valt nog niet te zeggen en hangt af van wat de wind de komende dagen gaat doen.
In Noorwegen do 12 aug 2010
De zon straalt, de lucht is blauw en het uitzicht is fantastisch als we vlak voor het middaguur de luiken van de kajuit openmaken. Eerst koffie, dan het zeil eraf om de schade te bekijken. Een scheur van een kleine meter, bovenin het groot zeil net onder de bovenste zeillat. Waar is de lat trouwens gebleven? Uit het zeil van de oude genua knippen we twee stukken zeil, die we erop willen naaien. Daarmee moet het lukken.

Bij de winkels scoren we naald en draad en doen wat boodschappen. Een zeilmaker is er niet. De rest van de dag zit ik te naaien, op de ouderwetse manier met naald en draad. Rond middernacht is het werk klaar. Morgen kijken we of het houdt en vertrekken we richting IJmuiden en finally Amsterdam.
In Noorwegen wo 11 aug 2010
Vandaag begint het echte werk. De wind draaide naar Oost en daarna Noordoost. Het aantal knopen neemt wat toe. Fijn dan kunnen we zeilen. En met deze wind kan de Cruising Chute erop. Het is even wat werk, maar als het zeil goed staat, dan gaan we op volle kracht vooruit. Ruim boven de zes knopen. Maar de wind neemt toe. Was het eerst nog 14 a 15 knopen, al snel wordt het 16.

Wanneer halen we de Cruising Chute eraf? Het is een licht zeil, voor weinig wind. Maar wat is weinig? Het schip houdt zich goed en het zeil staat mooi. Bij zeventien knopen eraf halen? Al snel geeft de windmeter dat ook aan. Gaat nog prima. Een uur later wordt het achttien knopen en even later komt twintig af en toe al in beeld. Dit gaat niet, de Cruising Chute moet eraf. Of toch nog even laten staan? Bovenin de punt zien we dat er al een klein scheurtje in het doek zit. Te laat dus!

Het zeil gaat eraf, en we minderen iets snelheid, maar de wind blijft toenemen en Karma schiet door het water. Om middernacht is het vrijwel continu windkracht 6 precies zoals de voorspellingen en uit de goede richting: Noord-Noordoost. Dat gaat goed. We gaan heel hard richting IJmuiden. Als we zo door kunnen varen, dan zijn we er morgen. Om middernacht nog 99 mijl te gaan. 115 mijl gevaren afgelopen dag. De voorspellingen geven aan dat het morgen windkracht 7 wordt. Heftig, maar dat zien we dan wel weer. We moeten door, linksom of rechtsom.Dinsdag
We hopen vandaag in Egersund aan te komen, maar de wind werkt weer
eens tegen en waait nu vanuit het zuidoosten. Vervelend om te zeggen,
maar weer precies zoals drie dagen geleden op windfinder.com stond. Na
anderhalf uur slaap word ik aan dek geroepen. De wind is flink
aangewakkerd en we moeten zeil minderen. Ik kruip door het donker naar
het voordek om daar een van de voorzeilen weg te halen. Alles wat ik
doe moet nog een keer omdat er bij ieder klein dingetje wat mis gaat.
De golven stromen ondertussen over het dek. Als ik uiteindelijk met
het laatste touwtje het zeil aan de zeereling vast bind, vergeet ik
even hoe ik zit en stroomt het water alsnog onderaan mijn broekspijp
omhoog. :-(

We verkleinen vervolgens ook het groot zeil. Ondanks de golven en de
wind lukt het om koffie te maken. Ik blijf aan dek en Koen kan gaan
slapen. Overdag maar bijslapen. Om vijf uur zet ik zeil bij en verleg
de koers. De afgelopen uren zijn we een mijl verder van Egersund
afgekomen. Dat was niet de bedoeling! Het is weer net als toen we
vanuit IJmuiden vetrokken: kruisen tegen stroom en wind in en maar
langzaam dichterbij ons doel komen.
In de loop van de ochtend vangen we tussen de bewolking door een glimp
om van de Noorse kust. We zijn er bijna. Voor Egersund moeten we nog
maar zo'n dertig mijl naar het Zuidwesten. Dat moet te doen zijn.
Omdat we dichterbij de kust varen hebben we weer meer vrachtschepen om
ons heen. Een enkeling passeert ons op nog geen vijfhonderd meter. Dat
is waar even wennen. De bewolking maakt bovendien dat we de schepen
vaak pas zien als ze al minder dan vijl mijl verwijderd zijn.

Urenlang kruisen we tegen de wind in en ook de stroomt blijft tegen
zitten. De afstand naar Egersund neemt af, maar op het laatst slechts
met 1,5 mijl per uur terwijl we alles uit de wind en de zeilen halen
wat erin zit. Nog 20 mijl te gaan.

De wind neemt toe tot boven de dertig knopen. Een stevige zeven. En
dat is terug te zien in de golven die steeds hoger en ruiger worden.
Het schip komt omhoog en valt vervolgens naar beneden waarbij het
water alle kanten op spuit. Ook in de kuip is het niet meer droog te
houden. Het zeil moet nog kleiner en we wisselen het voorzeil weer
voor de oranje stormfok. Veiligheid gaat voor. Maar terwijl ik bij de
mast aan het werk ben om het derde rif in het grootzeil te leggen …
scheurt het zeil bij de zeillat. Die moet dus helemaal naar beneden.
Na de genua nu ook het grootzeil aan flarden...

We overleggen wat we gaan doen. Doorkruisen naar Egersund, dat
betekent dat we nog een uur of twaalf bezig zijn. Maar is er een
alternatief? We hebben weliswaar een globale kaart van de kust, maar
geen detailkaarten. Zijn er wel plekken om aan te meren, of moeten we
ergens een ankerplaats vinden. En is dat wel vertrouwd, ankeren op een
onbekende plek met windkracht 7? Toen we het anker probeerden op Fair
Isle kostte het flink wat moeite om het te laten houden en daar was
het vrijwel windstil in een beschutte baai. Doorgaan is misschien wel
het verstandigst, want van Egersund hebben we wel detailkaarten en
daar kunnen we vast ergens aanmeren.

Maar na een half uur met een klein zeiltje op de bezaanmast en de
stormfok voorop zien we dat het geen zin meer heeft. De golven maken
het onmogelijk om nog een beetje voortgang te boeken en de bemanning
wordt gesloopt. Via de marifoon krijgen we een weer update voor de
komende nacht. Het blijft windkracht zeven uit het zuidoosten met een
flinke kans op onweer. In de verte horen we het af en toe als
rommelen. We besluiten het roer rigoureus om te gooien en we laten de
wind ons naar het noorden blazen, terug naar waar we vandaan komen. De
nieuwe koers is een verademing. Het blijft tegen de dertig knopen aan
waaien, maar nu de wind van achteren komt lijkt 'ie een stuk minder.
De snelheid loopt op tot ruim zeven knopen, waardoor de wind nog maar
aanvoelt als een bescheiden kracht vijf. Als we zo door varen, dan
zijn we over een uur of drie bij Stavanger. Nog net voor het donker
wordt, en dat is wel prettig omdat we geen kaart hebben.

Op een mijl voor ons zien we een zeilboot. Die kent vast de weg tussen
de eilanden door die hier overal liggen. Via de GSM kunnen we
ondertussen contact leggen met het thuisfront om gegevens te krijgen
van een marina in de buurt. En op de sattelietfoto van googlemaps zien
we precies waar we zijn en waar we heen willen: Tananger, daar kunnen
we de boot ergens aanmeren en ons opmaken voor de laatste tocht naar
huis.

Dat lukt. Net na achten leggen we aan in een prachtig beschutte baai,
omgeven door houten huizen. Een toevallig aanwezige taxi brengt ons
naar het centrum, maar 'it's not a real city' zegt de chauffeur tegen
ons. Bij een tankstation halen we een broodje, en om de hoek blijkt
een grote supermarkt te zitten die tot tien uur open is. Na vier dagen
willen we graag een koud biertje, maar dat gaat niet. In Noorwegen mag
er na acht uur 's avonds kennelijk geen alcohol meer verkocht werden.
Morgenochtend om acht uur kunnen we wel terecht. Ik begrijp er niets
van en zou het logischer vinden als er om acht uur 's ochtends geen
alcohol verkocht zou worden.

Terug naar de boot komen we langs een hotel waar we wel een biertje kunnen drinken, voor zo'n zeven euro per flesje. Op de laptop kijken we nog eens goed naar de windvoorspellingen die Windfinder gaf voor de afgelopen dagen. Het klopt allemaal … tot vandaag, want het had Zuidwest 6 zullen zijn en geen Zuidoost 7. Wind voorspellen blijft een lastig ding.

De voorspellingen voor de komende dagen zien er goed uit. Het wordt voornamelijk Noordwest en gaat vlak voor het weekend stevig waaien op de Noordzee. Het lijkt te doen om zondag in Nederland terug te komen, maar dan moeten we wel de zeilen in orde hebben. Dat staat op het lijstje voor morgenmiddag. Moe maar voldaan kruipen we rond middernacht in onze slaapzak en zetten de wekker op twaalf uur. Eerst bijslapen.
De wind is rustig vandaag en komt uit de goede hoek. Een groot deel van de dag varen we met de reusachtige halfwinder, die rood wit blauw gekleurd is maar niet lijkt op een Nederlandse vlag. Een groot deel van de dag zijn we bezig met de spinaker boom en het aantrekken dan wel laten vieren van de lijnen om zoveel mogelijk vaart te maken. We zijn er zo druk mee dat we om acht uur 's avonds pas merken dat Noorwegen al lang zichtbaar is aan de horizon. We zitten weliswaar nog ter hoogte van Stavanger en moeten nog veel zuidelijker en iets oostelijker zien te komen, maar we komen in de buurt!
Heel vroeg in de ochtend staat er weer 9 knopen wind, precies zoals de kaart van Windfinder. We zetten alle zeilen weer op en de motor gaat uit. Echt vaart maken we nog niet en daarom gaan we de halfwinder bijzetten. Als de andere zeilen aan de kant zijn, en de halfwinder uiteindelijk hangt, waait het net te hard voor dit zeil en doen we de hele operatie nog een keer, maar dan in omgekeerde volgorde. :-( We kunnen het ons niet veroorloven om noch een zeil te laten scheuren. We blijven het dus doen met de kleine zeilen en hebben maar weinig snelheid.

's Avonds varen we halverwege Schotland en Noorwegen, langs veel olie en gasplatformen. Kennelijk staan er ook gsm masten op deze platformen, want als we onze telefoon maar lang genoeg in de lucht houden, dan lukt het om dekking te krijgen en zelfs email te versturen en op te halen. Fijn, want zo kunnen we het thuisfront berichten dat deze oversteek langer duurt dan gepland.
Naar Noorwegen zo 8 aug 2010
Ons plan om een rondje om Engeland te zeilen deze zomer hebben we
ondertussen dus bijgesteld. Toen in Peterhead bleek dat de gescheurde
Genua niet te repareren was en we de windvoorspellingen bekeken,
besloten we via Fair Isle en Noorwegen terug naar huis te varen.

Rond vijf uur 's middags verlaten we de beschutte baai en zetten we
koers naar Egersund in het Zuidwesten van Noorwegen. 250 mijl varen
die we normaal gesproken in twee-en-een halve dag zouden moeten kunnen
afleggen. Het eerste deel van de tocht gaat voor de wind. Dat klinkt
goed, maar … het is juist bij deze koers dat we de Genua missen om
snelheid te maken. Het waait te hard en de golven zijn te ruig voor
het allergrootste zeil, de halfwinder. Noodgedwongen doen we het dus
met de kleine zeilen voorop en proberen daarmee zo mogelijk vaart te
maken. Dat gaat maar matig.$$$De animatie van de weerkaart van Windfinder.com klopt (helaas) tot in
het kleinste detail. 's Nachts valt de wind weg en moeten we weer een
stuk motoren om niet te liggen dobberen.
Fair Isle zo 8 aug 2010
Vandaag staan we eerder op. Onze lijnen hebben het goed gehouden vannacht. Voor de zekerheid hebben we nog een paar keer gekeken of het niet te strak stond. Het tij is hier echter beperkt tot anderhalve meter. Het waait vrij stevig. Onze voorspellingen waren anders, kennelijk hebben we niet goed opgelet. We lopen naar het winkeltje op het eiland, drie kwartier verderop, drinken koffie bij de lighthouse, waar we meteen even kijken op windfinder en krijgen een lift terug naar de boot.

Er passeert een front, en als we vanmiddag vertrekken naar Noorwegen dan hebben we als de voorspellingen uitkomen de hele tocht goede wind en hoeven we de motor niet bij te zetten. Ons doel is Egersund en daar hebben we een detailkaart van gekocht om veilig aan te kunnen komen. De tocht over de Noordzee heeft weinig spannends ondeweg, los van wind en golven. Het dichtstbijzijnde booreiland passeren we op ruim 12 mijl, volgens de kaart althans, en het aantal shippinglanes is beperkt. Fijn.

Het waait flink. Om drie uur maken we de boot klaar om te vertrekken. Samen maken we een plan om los te komen van de kademuur. Dat is nog wel even ingewikkeld want we liggen met deze wind behoorlijk aan lager wal. De dag cursus die we eerder dit jaar bij Martine van de Veen gevolgd hebben kan zich nu in de praktijk bewijzen. Het is zo'n 250 mijl naar Egersund, en we hopen daar over twee dagen, maandagmiddag dus aan te komen. Fijn dat we weer kunnen varen met wind!
Fair Isle za 7 aug 2010
Om half drie worden we wakker. Als we om ons heen kijken, zien we dat alle andere zeilboten vertrokken zijn. Alleen wij liggen er nog, naast de Good Sheppard, de Ferry waar we gisteren langszij aanmeerden. Kennelijk was het nodig om bij te slapen.

Vandaag blijven we liggen, bij gebrek aan wind. In de baai proberen we het anker uit, schrobben het dek en maken vanuit de Karmaatje, de kleine dinghy, de buitenkant van de boot schoon. En dat werd tijd. De laatste keer dat we de gele aanslag verwijderden was vorig jaar in de marina van Makkum.

Gisteravond laat kwam er nog een klein bootje terug van zee, met een aantal locals. Een van hen was getrouwd met een Nederlandse en hier op vakantie. Ze hadden flink was vis gevangen, waaronder kabbeljauw, haai en koolvis. Wij kregen wat koolvissen en maakten daar een thaise viscurry van met de kruiden en ingeblikte groenten die we nog aan boord hadden staan. Vanavond was het pasta tijd.

Vlak voor het eten maken we kennis met een local, die ook al Nederlands praat. Ze woont op het light house en nodigt ons uit om morgen koffie te komen drinken. En bij haar thuis kunnen we internetten om de windvoorspellingen te zien.
Fair Isle vr 6 aug 2010
Gisteren om 11.00 uur vertrokken we uit Peterhead. We waren blij dat we er weg konden. De stad had weinig te bieden en ons bezoek daar was meer noodgedwongen om te kijken of we de genua konden laten repareren. De tocht er naartoe was afgezien van de dolfijnen al teleurstellend. Vijftig mijl uit de kust viel de wind weg, en dan moet je nog tien uur doorvaren op de motor.

Het wegvaren in Peterhead ging goed. We moesten achteruit varen en dat gaat met zware, stalen langkieler minder makkelijk dan met een polyester boot. Ons doordachte plan pakte echter precies uit zoals we dat bedacht hadden. Vijf minuten nadat de landvasten los waren riep ik via marifoon kanaal veertien portcontrol op, om toestemming te vragen om uit te varen. Dat kregen we en buiten de haven zetten we koers naar het noorden. De wind is rustig, maar stabiel. Zo'n 15 knopen. We hebben ruime wind, wat zoveel betekent als dat de wind schuin van achteren komt. Zeker met deze wind missen we de genua. Op de voorstag staat het stay sail. Met een aantal touwtjes maken we geïmproviseerde leuvers voor op de voorstag waar normaal de rolgenua hangt. Daar zetten we de working jib. Twee voorzeilen. Het gaat goed en werkt allemaal. De grote genua had weer meer snelheid gegeven, maar wij doen het ervoor.

Een paar uur later valt de wind weg. Koen is aan het spelen met een aantal lijnen en een boek om knopen te maken. Ik ben onder de indruk van het resultaat en lees stug verder in mijn boek. We kijken het even aan. Om vier uur besluiten we om toch maar wat actie te ondernemen. We komen nauwelijks nog vooruit. Als de stroming ons niet had geholpen, dan hadden we al een uur liggen dobberen. De voorzielen gaan weg, we zetten de motor bij en we lopen weer vijf knopen naar het noorden. Als m'n boek bijna uit is, en het plot duidelijk ga ik aan de slag. Bij de badkamer lekte een leiding wat water. Ik kom een gebroken draad tegen die van het deklicht blijkt te zijn, fix die en het licht doet het weer. Met tieraps werk ik de kabels en de leidingen weg. Ik draai de slangklemmen in de badkamer nog eens een keer goed aan en verplaatst een ventilator naar de ruimtes die nat zijn. Binnen een uur lijkt de boot weer een werkplaats, zoals we dan kennen van de afgelopen maanden toen we aan het klussen waren.

Als het allemaal weer dicht en opgeruimd koken we een pikante tikka massala met rijst en naanbrood. We verdelen de wachten, tekenen de positie in de kaart en vlak voor het donker wordt ligt in in mijn kooi naast de ronkende motor. Het lijkt uren te duren voordat ik de slaap kan vatten. Om kwart voor twaalf piept gaat het alarm van mijn telefoon af. Ik word er wakker van en besef dat ik dus heb liggen slapen. Alex jarig, staat op de telefoon. Een reminder. Dan ben ik zelf ook bijna jarig, zo gaat dat met tweelingen. Ik kijk even aan dek of alles in orde is en rol mijn kooi weer in.

Om twee uur gaat de wekker opnieuw, en nu is het mijn beurt om de wacht te houden. Veel stelt dat niet voor. Ik verleg een beetje koers, probeer een keer te zeilen, maar de wind valt vrijwel meteen weer weg. Ik zit binnen achter mijn witte iMac en heb het alarm van de iPhone zo ingesteld dat ik om de negen minuten krekels hoor. De ene keer kijk ik alleen op het radarscherm, waarop niets te zien is. De keer daarop kijk ik buiten om me heen op zoek naar schepen of obstakels. Anders dan wat meeuwen zie ik niets. De dolfijnen die er om tien uur gisteravond nog waren, blijven weg bij de boot. Terwijl de boot rustig schommelt, varen we voorbij Pentland Firth. Een nauwe strook vaarwater tussen de Orkney Islands en het noorden van Schotland. Oorsponkelijk was het plan om daar tussendoor te varen en daar hadden we ons goed op voorbereid. De stroming bedraagt daar tien knopen en het kan er heftig te keer gaan. Deze keer gaan we er op een veilige afstand van zo'n vijftig mijl voorbij. We worden door de stroming slechts een heel klein beetje opzij gezet, maar dat valt in het niet vergeleken met de stroming in de geulen op het wad.

Ik type stug door op mijn laptop, luister naar en Bosphorus Night cd en wordt om de negen minuten door de krekels uit mijn gedachtenpatroon gehaald om aandacht aan de boot te besteden. Ik had me verheugd op een mooie zonsopgang, dat was een mooi cadeau geweest voor mijn verjaardag. Maar om zes uur is het al licht en heeft de zon, noch de rode gloed, zich laten zien. Mijn wacht zit erop. Koen slaapt nog en ik laat hem slapen. De regen is gelukkig opgehouden, maar buiten is niets te zien dan wat meeuwen en bewolking. Ik blijf de rest van mijn wacht binnen zitten achter de laptop en beperk het wachtlopen tot af en toe het kajuittrapje op en neer lopen, en om me heen kijken.

Na een ontbijt met eieren een spek duik ik mijn kooi weer in. Deze keer val ik vrijwel meteen weg en wordt pas rond elf uur wakker. Buiten is de bewolking er nog steeds, maar in de verte is land inzicht. Of eigenlijk: eiland in zicht. Fair Isle ligt nog vijftien mijl van ons vandaan. Als we daar de baai binnenvaren en afmeren aan een kade, krijgen we van een lokale visser te horen dat de ferry over vijf minuten komt en dat we precies op de plek liggen waar die aanmeert. De andere drie boten die er liggen, zijn te licht om langszij te gaan liggen. We roepen via de marifoon de ferry op, en spreken af dat we ruimte maken en vervolgens langszij gaan liggen.

Eenmaal afgemeerd maken we een praatje met de mensen van de ferry, pakken een biertje om mijn verjaardag te vieren en wachten tot er wind komt om naar Noorwegen te kunnen varen. Tot die tijd blijven we hier liggen, verkennen het eiland en klussen wat aan de boot.

Het eiland zelf zal niet veel te bieden hebben. Volgens de ferry captain wonen er zeventig mensen. Wellicht is er dan net een kleine geboren, want wikipedia gaf nog aan dat het er 69 zouden zijn. Een
meer of minder maakt ook niet uit. GSM dekking is er gelukkig wel. Via de telefoon haal ik mijn email op en lees de felicitaties, ook van de mensen die via hyves of facebook reageren waarvan ik bij sommige geen idee heb wie het zijn. Ik zie dat de VVD in Utrecht een persbericht gestuurd heeft, maar geloof de inhoud ervan wel even. 37. Mijn verjaardag vandaag.
Iets na twaalven worden we wakker. Flink bijgeslapen. Lokaal is het nog maar 11 uur, maar de dag is half voorbij. De wind laat het afweten. Grijze wolken hangen dreigend boven de kleine marina waar Karma aan de steiger ligt en het verderop gelegen centrum van de stad. Als de brunch erop zit en we een aantal dingen aan boord gedaan hebben, inspecteren we op een nabij gelegen parkeerplaats de genua. De grote witte lap heeft meer dan drie parkeerplaatsen nodig, maar als 'ie eenmaal op de grond ligt is goed te zien wat de schade is. Over een lengte van 11 meter is het stiksel gescheurd. Niet zo gek, want dat is op meer plaatsen erg slecht. Het zeildoek zelf lijkt nog redelijk goed, maar op twee plaatsen zit er ook een scheur in het doek.

Via het prikbord bij het havenkantoor bellen we met een zeilmaker in Aberdeen. Waarschijnlijk is het voor een redelijke prijs te maken en kunnen we er op wachten. Morgenochtend pakken we de bus, nemen het zeil mee en kijken of ze het inderdaad kunnen maken. Terwijl het zeil gemaakt wordt, gaan wij op zoek naar zeekaarten van Noorwegen. Want dat lijkt op dit moment het meest kansrijke scenario. Al dan niet via de Orkney of de Shetland Islands naar Noorwegen en dan terug naar Amsterdam. Rondom Engeland met deze wind gaat op dit moment niet en daar gaan we ook niet tegenin.

Jammer, maar wat in het vat zit verzuurt niet. Zoals het er nu naar uitziet vertrekken we woensdagochtend naar het Noorden. Morgen hakken we de knoop door.
's Nachts varen we lekker door. We slapen kort, zo'n 2,5 uur en dommelen overdag wel wat bij. Gek, dat ritme went. De buitenlucht doet ons goed. Om een uur of zeven passeren we de nul meridiaan en komen we op het westelijk half rond. Vlak daarna valt de wind weg. De weersvoorspellingen voor de Forties waar we vandaag doorheen varen waren gisteravond nog windkracht 3 tot 4 maar nu is het minder dan voorspelt. Het heeft geen enkele zin meer om de zeilen te laten staan. We starten de motor en laten die lopen zolang er minder dan acht knopen wind staat. Een uur later worden we verrast door een school dolfijnen die ineens opduiken. Ze zwemmen een tijd mee, springen voor de boot uit, racen eronder door en komen dan aan de andere kant met een sprong weer te voorschijn. Mooi om te zien, een cadeautje! Na een klein uur nemen ze geruisloos afscheid, leggen wij de camera's in de hoek en is het tijd voor een goed ontbijt.

De rest van de tocht naar Petershead is saai. De zee is glad, zo glad dat de wolken erin weerspiegelen. Dat heb ik op zee nog niet eerder meegemaakt. Wind is er vrijwel helemaal niet meer, de dolfijnen laten zich een tijd lang niet meer zien, wel nog een verdwaalde zeehond die snel kopje onder gaat als we passeren. De vlakke zee maakte wel dat we even konden douchen tijdens het varen. Dat is na ruim vier volle dagen op zee wel prettig. … En toen, zo'n tien mijl voordat we de haven binnen vaarden kwam de school dolfijnen weer langs. Of een andere, maar ze zagen er hetzelfde uit en speelden weer even op, onder, voor en naast het schip! Wat gaaf!

Nu liggen we in Peterhead in Schotland. Ruim 580 mijl gevaren sinds het vertrek uit Amsterdam. We zullen morgen kijken of we de rolgenua kunnen laten repareren. Wellicht draaien we even een was en we maken een plan voor hoe we verder gaan. Dat hangt grotendeels af van de weersverwachtingen, hoewel de praktijk laat zien dat je daar niet blindelings op kunt vertrouwen. Globaal zijn er een aantal opties.

Het oorspronkelijke om een rondom Engeland en Schotland te varen. Dat lijkt wat ambitieus te worden, want dat zijn nog heel veel mijlen en als we overal zo moeten kruisen, dan duur het erg lang. Eerst maar eens naar de voorspellingen kijken. Afgeschreven is het plan nog niet.

We kunnen de route wat inkorten door via het Caledionian Canal te varen. Die tocht voert door Schotland, via een flink aantal sluizen en schijnt erg mooi te zijn. We weten nog niet of de diepte van het kanaal genoeg is voor onze kiel (1,80 meter), maar dat kunnen ze ons hier vast wel vertellen. Aan de andere kant van Engeland, kunnen we dan of via het zuiden om Engeland door het kanaal terug naar Amsterdam, of we kunnen rechtsom een rondje om Schotland en dan terug. Dan hebben we hoe dan ook toch een rondje Engeland gemaakt. Maar ook dat hangt natuurlijk weer af van het weer en met name de voorspellingen van de windrichting.

Alternatief is dat we via Oslo en / of Denemarken terugvaren. Daar hebben we nog geen kaarten van, maar die zijn hier vast wel ergens te koop. Dat is natuurlijk heel wat anders dan een rondje Engeland, maar vast de moeite waard. En ik ben nog nooit in Noorwegen geweest.

Andere optie is dat we dezelfde weg terugvaren, dat is het kortst en het makkelijkst, maar het minst boeiend. Dan waren het gewoon twee lange oversteken.

We zien wel wat het wordt en voordat we vertrekken laten we het via de site weten. Eerst maar eens kijken of we de genua kunnen laten maken, of we goede windvoorspellingen kunnen krijgen en zien of er een pub is om het zoute water weg te spoelen met een frisse Bitter of een Ale.
Bijna in Schotland zo 1 aug 2010
De wind is gedraaid en we kunnen nu eindelijk echt de goede kant op zeilen. Dat scheelt meter! Of beter gezegd: mijlen, want zo gaat het heel hard. De andere windrichting maakt ook dat Karma een stuk comfortabeler is binnen omdat het minder heftig op en neer gaat. Om dat te vieren eten we 's avonds Crostini's en Spaghetti met verse pikante pasta saus. Het koken gaat steeds beter en ik krijg er handigheid in. De eerste paar dagen viel regelmatig de bestekla of de inhoud van een kastje of de koelkast eruit, omdat de boot zo scheef lag, vandaag hebben we het allemaal onder controle.

De windvaan stuurt de boot de goede kant op en er is weinig werk te doen. De wind is constant er is hier op de noordelijke Noordzee veel minder scheepvaart en boorplatformen zijn er ook veel minder. Relaxed zeilen zo en tussendoor tijd voor een boek. Als de wind zo blijft, dan hebben we morgen nog een mooie zeildag en komen waarschijnlijk vlak voor het donker aan in Schotland. Ik kijk ernaar uit om de kust te zien. Van boord hoef ik niet zo nodig, want het schommelen bevalt me wel.
Genua gescheurd ... za 31 jul 2010
Om half drie 's ochtends, als ik net een uurtje aan dek zit, scheurt het grote voorzeil, de rolgenua van de stag af. Gelukkig zit 'ie nog vast aan de schoten en het dek, maar de grote lap zeil ligt vrijwel helemaal naast de boot en sleept door het water. Bovenin klappert nog een klein stukje en duidelijk is te zien dat het zeil doormidden is gescheurd. Snel maak ik Koen wakker. Hij houdt het roer in de hand en ik haal het zeil binnen. Daarna gaat de stormfok erop. De genua was echt te veel van het goede. Waarschijnlijk kwam er te veel water van een hoge golf en wind in het zeil. Het natte zeil legen we binnen op de kajuitvloer daar kijken we morgen wel verder naar. Het restje dat bovenin hangt rollen we om de stag zodat het klapperen ophoudt en we halen de werkfok te voorschijn. Een veel kleiner zeil, dat anders gesneden is. Beter geschikt voor dit weer en vrijwel geen kans dat de golven dit zeil raken omdat het veel hoger gesneden is. Dat hadden we eerder moeten doen.

De rest van de nacht blijft het ruig. We slapen weinig en zijn blij als het om half vijf licht wordt. De schade aan de genua lijkt mee te vallen. Het is met name het stiksel dat gescheurd is, maar bovenin is ook een deel door midden gescheurd. In Engeland maar eens kijken of het nog te repareren valt. Met de wind die we nu hebben is de werkfok voldoende zeil.

We zeilen per dag ruim 120 mijl af, maar Peterhead in Schotland blijft nog ver weg omdat we er niet rechtstreeks naar toe kunnen varen. Hemelsbreed halen we die 120 mijl dus bij lange na niet. Vraag is wanneer we aankomen en wat dat betekent voor ons plan om rond te varen.
Op de Noordzee vr 30 jul 2010
's Nachts blijft hard waaien en precies uitdezelfde hoek als gisteren en de windmeter staat regelmatig op 24 knopen. Een stevige windkracht zes. De richting klopt met de voorspelling van de kustwacht die we twee keer per dag op de korte golf zender binnen halen, maar het aantal knopen is voortdurend meer. Gelukkig zijn de voorspelling voor de komende dagen beter en draait de wind naar West / Zuid West en neemt 'ie wat af in kracht.

We varen een groot deel van de dag weer met gereefde zeilen, maar als de wind het toelaat zetten we bij en als het niet meer gaat, dan verkleinen we weer. 's Nachts verdelen we de wacht en slapen weer om de beurt op de bank in de salon.
Tegenwind ... do 29 jul 2010
Als we door de haven naar de Noordzee varen, staat Koen op het voordek op de uitkijk te speuren naar de schaduwen van de boeien. De maan is nog niet op en het is aardedonker. Ik stuur de boot zo veel mogelijk door het midden van de geul en zet waar nodig de schijnwerper bij. Maar zelfs met de schijnwerper zijn sommige boeien pas zichtbaar als je er vrijwel bovenop zit. Het blijft lastig om in Nederland te varen in het donker. Ik snap niet goed waarom Rijkswaterstaat langs druk bevaren routes onverlichte boeien neerlegt. Dat is hartstikke link. We zouden niet het eerste schip zijn dat zinkt na een aanvaring met een boei.

Buitengaats gaat het beter en zijn vrijwel alle boeien verlicht en ook te zien op de radar. Fijn om weer zeewind te voelen en het zoute water op te snuiven. We hijsen de zeilen en varen eerst naar het Westen, onder de vaargeul langs waar het zelfs 's nachts druk is en voorbij het grote windmolen park en langs de zeeschepen die voor anker liggen. Daarna naar het Noorden. We moeten naar het Noordwesten, maar dat is niet te bezeilen omdat de wind precies uit die hoek waait. Het enige wat we kunnen doen is lange slagen maken naar het Noorden en naar het Westen om zo toch de goede kant op te gaan.

Hard gaat het niet, de zee is ruig en de golven beuken erop. We slapen deze eerste nacht maar beperkt en zijn grotendeels met zijn tweeën aan dek. Dat zal de rest van de week wel anders zijn. Er moet immers ook geslapen worden.

Overdag slapen we om de beurt, terwijl de ander de boot stuurt en oplet. Het is druk op dit deel van de Noordzee, met vrachtschepen en vooral heel veel olie en gasplatformen, de meeste onbemand. Regelmatigf moeten we voor zo'n kolos de koers verleggen en soms varen we er vlak langs. Als je op minder dan halve (of een hele?) mijl van zo'n platform passeert gaat het alarm af. Een vervelend hard gepiep, dat er vast voor moet zorgen dat je er omheen vaart in plaats van er tegenaan. Gelukkig schijnt de zon en is het zicht goed. We steken een aantal drukke shippinglanes over. Andere zeilschepen zien we niet.

Terwijl Koen ligt te slapen, zie ik dat we de eerste makreel aan de lijn hebben die we achter de boot in het water hebben liggen. Er volgen er nog flink wat en 's avonds eten we vers gevangen makreel op zijn Indonesisch met bamboescheuten en pikante kruiden. Alle twee hebben we het daarna wel even gehad met makreel. Zouden we kabeljauw omhoog kunnen halen? Of iets anders?
Vanmiddag zijn we vertrokken uit thuishaven Twellegea. Voordat we het IJ op gingen nog even de watertank en de dieseltank inclusief een aantal jerrycans volgegooid en daarna door het Noordzeekanaal naar IJmuiden getuft. Het was druk op IJ. Vlak voor ons ging nog een cruiseboot door de grote sluis.

Aan de andere kant van de sluis zijn we even blijven liggen, hebben gebeld met de kustwacht om te informeren naar de weerberichten en hebben we gekeken hoe we met de korte golf zender op zee weerberichten kunnen ontvangen. In theorie is dat allemaal makkelijk, maar in de praktijk kost dat toch even meer moeite.

Via de BBC 4 is op 198 kHz vier keer per dat het weer te ontvangen. Maar vlak voor IJmuiden kwam ik er pas achter dat de SSB zender die frequentie niet kan ontvangen en alleen maar vanaf 500 kHz ontvangt. Nu worden de BBC uitzendingen ook op andere frequenties geprobeerd, en dat moeten we dan maar proberen onderweg.

Vlak voor middernacht laten we de kade los en vertrekken de zee op. Op naar Schotland! We koersen naar Peterhead. Een dag of vier a vijf varen, afhankelijk van wat de wind zal doen en hoe wij ons houden.
Morgen vertrek ik met zeilmaatje Koen voor een rondje Engeland. Dat vergt de nodige voorbereidingen. Onderweg willen we het thuisfront met enige regelmaat laten weten waar we zijn en willen we een zo goed mogelijke voorspelling van het weer hebben.

Via SailMail kan dat alle twee. Via de korte golf zender kun je vanaf open zee emailen en gribfiles met windvoorspellingen te ontvangen. De Icom korte golf zender aan boord is echter een oude, kennelijk uit 1988 en blijkt niet geschikt voor het versturen van die digitale bestanden. Dat zeggen tenminste de experts van Shiptron uit Enkhuizen.

Een nieuwe zender en modem kosten samen ruim tweeduizend euro exclusief de nodige materialen om het aan te sluiten. Een andere optie is een satelliettelefoon, maar daar zit ook een fors prijskaartje aan. Voorlopig investeer ik daar nog maar even niet in.

Voor communicatie met het thuisfront zijn we dus aangewezen op de GSM op die plaatsen waar we dicht genoeg aan de kust zijn, want op open zee is er (natuurlijk) geen dekking. Vanaf de Engelse kust zouden we dan moeten kunnen bellen en met de iPhone af en toe een mail sturen met daarbij een korte update en de positie, zodat een ieder via de website kan volgen waar we zijn. Als er ergens een wifi verbinding is, dan kunnen we ook foto's uploaden.

Voor het weerbericht gebruiken we de korte golf zender, de portofoon en de zeevaartmarifoon. Daarmee kunnen we communiceren met andere schepen en met kuststations. Van te voren zullen we op basis van de kaarten en informatie van het web uitzoeken hoe we die kuststations kunnen bereiken en op welke tijden we via welke kanalen weerberichten kunnen ontvangen. Daarnaast is er aan boord nog een NAVTAX waarmee we berichten voor de scheepvaart kunnen ontvangen. Op een ouderwetse papieren rol kunnen we dan lezen wat de weersvoorspellingen zijn en welke eventuele andere waarschuwingen en voor het betreffende gebied zijn.

Er moet nog veel gedaan worden voordat we kunnen vertrekken, waaronder uitzoeken op welke frequenties en tijden de weerberichten uitgezonden worden, de nodige getijdentabellen downloaden, diesel en water tanken en boodschappen doen.